groeten uit leidsche rijn 6/7 juni


Bijna tien jaar geleden stonden onder de kersenbomen bij de Emmy van Lokhorststraat nog witte plastic tuinstoelen en hing er een bord waarop stond KERSEN ETEN. Nu kun je er kunst kopen in een van de drie atelierboerderijen, die verspreid in de oude boomgaard staan. In de atelierwoningen wonen en werken schilders, beeldhouwers, choreografen, toneelmakers, hoorspelschrijvers en andere kunstenaars.  Ik steek de Vleutensebaan over en volg het fietspad langs de Rijnkennemerlaan; een vier kilometer lang groen spektakel.

 

Tussen de huizenhoge Italiaanse populieren, onder het grasveld, liggen waterleidingbuizen van 1,20 doorsnede. Ze vervoeren water uit het Lekkanaal naar de Kennemerduinen bij Wijk aan Zee, zodat het daar gezuiverd kan worden. Hoe snel een nieuwbouwwijk weer in verval komt bewijzen de boomwortels die het lange kaars-rechte fietspad omwoelen. Natuur gaat altijd door, wat en waar je ook bouwt.

Aan het einde van de Rijnkennemerlaan, ga ik het Lint op. Een zes meter breed en acht kilometer lang asfaltpad voor voetgangers, fietsers en skaters, dat dwars door het Màximapark loopt. De Leidsche Rijners hebben nog geen stadscentrum. Dat word nu als laatste gebouwd aan de rand van de stad. Maar de vraag is of het wel nodig is. De Leidsche Rijners leven al jaren tevreden zonder winkelcentrum. Het centrum is hier in het park.  

 

Samenkomen, dat doen je hier in dit park: rennend, wandelend, bootcampend, fietsend, skatend en paardrijdend. Leidsche Rijn heeft een groen park als kloppend hart. Aan het Lint ligt de Haarrijnse Plas. Een diep gat met water. Het weggezogen zand ligt onder snelwegen en huizen. Ik plof neer op een van de prachtige houten banken. Ik zie een man op een vissteiger en in de verte de kerktorens van Vleuten en de Meern. Ik vergeet de dampende A2 achter mijn rug. Ik kijk vooruit. Zo dichtbij kan ver weg zijn.


Ik vervolg mijn weg door het park. Rechts van mij zie ik Vleuterweide

liggen met haar nostalgische woningen, die er aan de achterkant wel allemaal hetzelfde uitzien, zoals de achterkant van een bordkartonnen decor uit een Hollywoodfilm.

 

Hier fiets ik door de oude tuindersgebieden en boomgaarden van Vleuten en de Meern die zijn omgetoverd tot park, tot Japanse Tuin, tot speeltuin, tot Vlinderhof ontworpen door de vermaarde Piet Oudolf. Onderaan de romantische brug over de Lelievijver liggen twee verbronsde auto's op hun kant met een molotovcocktail ernaast. Het kunstwerk heet de Barricade en het stemt me altijd dankbaar voor wat er hier is. En dat is veel. Teveel om op te noemen. Alleen al in het park kun je een week met vakantie. Maar ik moet verder. Ik passeer de Limes, de oude Romeinse Grensweg en zie dat de hop bij brouwerij Maximus hoog groeit dit jaar .

Eigenlijk, bedenk ik me, kun je hier uren fietsen, zonder langs huizen te

rijden. Een groen avontuur middenin de Randstad. Als je de juiste route kiest. Leidsche Rijn is Oud en Nieuw, Bert en Ernie, Ying en Yang.  Op oude landweggetjes waar je vroeger 80 mocht, liggen nu verkeersdrempels en manen borden in de berm je tot een snelheid van 30 kilometer per uur. Oude schoorstenen die bij de kassen hoorden, staan naast de nieuwe schoolgebouwen. In een nagelnieuw winkelcentrum staat een eeuwenoude boerderij.

 

Wat bijzonder genoeg is, bleef behouden. Ik besluit mijn tocht met het beklimmen van de enige berg dit Leidsche Rijn Rijk rijk is, de Hoge Weide. Bovenop de top of the Vinex staat een ronde schommel waar je alle kanten mee op kunt.